James Bond Nederland

Column: De vloek

Wat is de overeenkomst tussen George Lazenby en Timothy Dalton? Ze hebben beiden geen slechte Bond-film gemaakt. Voor de overige acteurs met een grotere staat van dienst valt dat zeer te betwijfelen. Immers: waar gewerkt wordt, vallen spaanders.

We kunnen het er allemaal over eens zijn dat zowel oer-Bond Sean Connery als zijn fleurige opvolger Roger Moore, en zeker de latere Bond Pierce Brosnan, er niet bepaald zijn uitgegaan met een klapper van een film. Het is niet voor niets dat Diamonds Are Forever (1971), A View To A Kill (1985) en Die Another Day uit 2002 steevast onderaan de lijst eindigen (zie de James Bond Top 2018 voor het bewijs).

Wat betreft eerdergenoemde heren met een totaal van drie films: die hebben de kans niet gekregen een slechte Bond-film te maken. Jammer voor ze, zou je kunnen zeggen.

Over de films van de huidige Bond Daniel Craig (inmiddels de langstzittende van allemaal), valt een hoop te bakkeleien. Gelukkig maar. Iedere keer hopen we toch weer zodanig te worden verrast, dat we de nieuwste toch wel een van de beste vinden. En meestal komen we van een koude kermis thuis.

Als Bond 25 Craigs laatste wordt, (daarover is officieel nog niets bekendgemaakt, en dat zal nog tot na de première van de nieuwe film duren) dan hopen we natuurlijk allemaal dat het géén tweede Diamonds Are Forever wordt, géén tweede A View To A Kill en alsjeblieft GÉÉN herhaling van Die Another Day! Het is de vloek van de laatste film. Maar dat is niet helemaal terecht.

Diamanten als toetje

Diamonds Are Forever kan gezien worden als dessert. Soms heb je nog zo lekker gegeten, het nagerecht is niet helemaal wat je ervan verwacht. Te zoet in dit geval. Connery’s tijdelijke laatste was You Only Live Twice (1967). Dat hij daarna terug zou komen, kon niemand op dat moment vermoeden. En dat Connery ná Diamonds nógmaals zou terugkeren in Never Say Never Again (1983), leek op dat moment ondenkbaar. Voor het gemak tellen we die laatste niet-Eon-film niet mee (Never Say Never Again scoorde overigens nóg slechter dan de slechtste onder de officiële films).

Van Diamonds Are Forever is altijd duidelijk geweest dat het om een eenmalige terugkeer van Connery ging. In die zin hadden de filmmakers rekening kunnen houden met — ja, met wat eigenlijk? Een onderonsje met het publiek? Zoals Lazenby deed in het begin van Majesty’s en Connery later knipogend in Never Say Never? Ze hadden hem op z’n minst een beter script kunnen geven. 

Wat overblijft is dat de oude Bond het deze keer duidelijk langzamer aan mocht doen: hij hoefde de overtollige kilo’s niet weg te trainen (er werd gewoon een dikkere Felix tegenover hem gezet), het moest allemaal vooral leuk en luchtig blijven en er moest vooral uit blijken dat er niet te hard werd gewerkt. Missie geslaagd.

Ieders mening over Diamonds daargelaten, en veel van het commentaar is ook hartstikke waar, de film voldoet nu eenmaal niet aan de verwachtingen, maar als ‘lekkere’ Bond-film doet-ie het toch wel goed. Wint en Kidd, hoe over the top ook, ze zijn zo lekker slecht. Het zijn complete stripfiguren inclusief hoketus-spraak, te midden van waar ze horen: in een cartoon.

Persoonlijk is Diamonds Are Forever lange tijd een van mijn minst favoriete films geweest. Ik vond de titelsong slecht, de hele muziekscore, teveel een goedkope jaren 70-look — ik heb ooit tijdens het uitgaan iemand die in 1971 was geboren bespot. Allemaal vanwege die ene film. Belachelijke vertoning uiteraard. Gelukkig waren we allemaal dronken.

Waarschijnlijk is het pas in 2002 allemaal goed gekomen tussen Diamonds Are Forever en ondergetekende, na het beluisteren van die perfect opgepoetste soundtrack-cd, waar een aantal zulk sublieme extra tracks op staan — Gunbarrel and ManhuntMr. Wint and Mr KiddPeter FranksAirport Source… Je kunt niet anders concluderen dat ook John Barry ontzettend veel plezier moet hebben beleefd aan het componeren van deze heerlijk vette score. Het is een feest om naar te luisteren.

Het is Diamonds ten top, en het geeft nu juist die heerlijke vroege jaren 70 weer. De uiterst relaxte Connery, en het maakt mij niet uit wat iedereen daarover zegt, ik zie hier een Bond die beduidend lekkerder in zijn ruimere vel zit dan in You Only Live Twice.

Of Majesty’s als inspirator

Ondanks alle persoonlijke gevoelens die inmiddels bij deze Bond-film komen kijken (het moet één van mijn vroegste Bond-ervaringen zijn geweest), weet ik ook wel dat dit niet iets is waar we nu nog warm voor lopen. Zeker ten opzichte van voorganger On Her Majesty’s Secret Service (1969) is dit een misser van jewelste. 

Connery terug leek een zegen op dat moment, maar Lazenby die persoonlijk wraak neemt op de dood van zijn echtgenote, had vele malen interessanter geweest. En dat maakt dat Diamonds Are Forever uiteindelijk toch een van de minste Bond-films is geworden, hoezeer de nostalgie ook lonkt.

Geen beste afsluiter voor een Bond die ook Dr. No (1962), From Russia with Love (1963), Goldfinger (1964) en Thunderball (1965) op zijn naam heeft staan. Dat Connery er daarna nog een tweede afscheidstour aan zou breien met Never Say Never Again, lijkt de pijn niet te verzachten. Hoewel allemaal zeer verteerbaar, zijn het beide films die de tand des tijds nauwelijks hebben doorstaan.

Een 007 op hoge leeftijd

Roger Moore mocht er uiteindelijk uit met A View To A Kill (1985). En alle kritiek op die film kwam zo ongeveer op zijn 57-jarige schouders terecht. Ook dit is geen hoogvlieger onder de Bond-films en A View To A Kill bungelt net als de laatsten van Connery doorgaans dan ook niet voor niets onderaan de lijstjes. Moore is duidelijk te lang doorgegaan met Bondje spelen, zijn laatste film als 007 toont dat genadeloos aan.

Een oudere James Bond hoeft uiteraard niet automatisch een mindere film op te leveren. Daniel Craig is zo dadelijk 51 jaar als de opnames van Bond 25 beginnen, en daarmee na Moore de oudste onder de Bond-vertolkers (Connery in Never Say Never Again daargelaten). Zolang de film zelf genoeg vitaliteit uitstraalt, en de 50-plus-Bond niet al te ongelooflijke stunts hoeft uit te halen, blijft het allemaal nog binnen het geloofwaardige. Binnen het Bond-genre dan.

Wat we ook niet mogen vergeten is dat Craig met 51 jaar precies even oud is als Roger Moore toen hij in 1979 Moonraker maakte. En zag Moore er als 007 in die film niet beter uit dan ooit tevoren (en daarna)? Hij liep altijd al houterig, zeker ten opzichte van de pantergang die Connery eropna hield. Verder viel er fysiek niets op hem aan te merken. Dat zwarte tenue, als hij ’s avonds Drax’ kasteel doorsluipt en later in gevecht in het glasmuseum. Staat hem hartstikke goed.

Moonraker was Moores laatste geweest als producent Cubby Broccoli een betere Bond had gevonden. Die lagen, en liggen nog steeds, niet voor het oprapen. Het publiek was inmiddels gewend aan de capriolen van Roger Moore, hij bracht meer dan genoeg geld in het laatje — een nieuwe Bond moest dat nog maar bewijzen. Spelend op zeker leverde dat Moore nog drie extra contracten op voordat het echt zielig begon te worden.

Meer stuntman dan Moore

Bij A View To A Kill was de vitaliteit ver te zoeken. Dat blijkt al bij de gunbarrel, waarvan de muziek nét een tandje te snel wordt afgespeeld. Alsof de filmmakers voelden dat ze haast moesten maken voordat hun hoofdrolspeler erbij neer zou vallen. Boze tongen beweren dat Moore slechts acht minuten in totaal in beeld is. Hij doet het leuk hoor met die andere oude rot Patrick Macnee; zijn tegenstanders Christopher Walken en Grace Jones zijn boeventuig om in te lijsten; de locaties Eiffeltoren en Golden Gate Bridge zijn iconisch; de titelsong van Duran Duran niet te vergeten en de complete score van John Barry — er is alleen weinig waaraan Roger Moore in positieve zin een bijdrage heeft kunnen leveren.

De facelift die hij vlak daarvoor heeft ondergaan helpt ook niet mee. Het is te nep allemaal. Te geforceerd. Tegenwoordig zouden we zeggen dat ‘vijftig het nieuwe veertig is’, maar we hebben het hier over 1985. Roger Moore was destijds nu eenmaal een man van 57 jaar, daar viel niet tegenop te faceliften. En hoe goed zijn invallers ook konden skiën, snowboarden, liftjumpen, taxirijden, bootspringen, brughangen, paardrijden, pijpduiken, quichebakken, brandweerladderklimmen, brandweerautobesturen, brandweerladdergymnastieken, zeppelinhangen en vervolgens nog een potje hakbijlontwijken op 200 meter hoogte – het maakte Moore er niet jonger op en de film niet beter.

Had hij daarvoor met Octopussy (1983) een beter afscheid gekregen, of misschien zelfs met For Your Eyes Only uit 1981? Zeker niet. Hoewel die films over de gehele linie beter in elkaar zitten, en Moore qua fysiek nog iets strakker in zijn vel, zijn alle einden even zoetsappig en nietszeggend. Maar ja, dat valt over negenenhalf van de tien Bond-films te zeggen.

Pierce zijn zwanenzang

Dan is er, heel veel jaren later, nog Die Another Day, de laatste van Pierce Brosnan. De markering van veertig jaar James Bond, de twintigste film in de reeks, de eerste van het nieuwe millennium — Die Another Day wist niets meer te worden dan een wangedrocht, de aller slechtste Bond-film aller tijden, met afstand. Diamonds Are Forever en A View To A Kill worden meesterwerken in dat licht. Die Another Day heeft totaal NIETS waar je met plezier naar uit kunt kijken. Zelfs de aftiteling is waardeloos door de mix van Madonna.

Tot zover de aller slechtste Bond-film aller tijden. Ik hoef het verder niet te hebben over de onzichtbare Vanquish, de kitesurf-scène en het robotpak, toch? Dat Pierce Brosnan een beter einde verdiende, dat mag duidelijk zijn. Het was ook zeker niet de intentie de dan 49-jarige Brosnan na vier films aan de kant te zetten, aan de kassa deed deze Bond het hartstikke goed. En hoewel de Ierse 007 zich iedere film comfortabeler begon te voelen in zijn rol, werden de avonturen rond hem heen potsierlijker. Daar had hij weinig invloed op. Er moest drastisch iets veranderen.

Dat kon blijkbaar niet met Brosnan. In 2004, tussen Die Another Day en Casino Royale is nog wel een gaatje te vinden waarin hij als (eveneens) 51-jarige Bond een beter einde aan zijn spionnen loopbaan had kunnen breien. Hij maar wachten op een telefoontje van de producenten — dat hij uiteindelijk kreeg, met de mededeling dat het mooi geweest was zo. Bedankt en tot ziens.

Voor de Bond-serie zelf heeft het niet beter kunnen uitpakken; Casino Royale (2006) werd de klapper waar iedereen alleen maar van had kunnen dromen. Of dat ook met Brosnan had gekund — niet in deze vorm. Quentin Tarantino had het idee voor een Casino Royale met Pierce Brosnan in de hoofdrol. Niet echt een regisseur die je met Bond associeert, al blijft het idee van een Tarantino-Bond-film een aanstekelijke gedachte. Brosnan had dat best kunnen doen, maar dan als doorgewinterde James Bond. Binnen de Roger Moore-films werd ook geswitcht van pure science fact met Moonraker naar het serieuzere spionnenwerk in For Your Eyes Only.

Al met al zijn de laatste Bond-films van Connery, Moore en Brosnan weinig representatief voor de gehele serie. Alsof er een soort vloek rust op die laatste film. Of misschien is het net andersom, en werd het de laatste film omdat-ie zo tegenviel. In die zin zit Daniel Craig met het tegenvallende SPECTRE uit 2015 aan de veilige kant.

Jasper Hartog

Jasper Hartog

Columnist Jasper Hartog (1978) dacht altijd dat hij midden jaren 80 werd gegrepen door het Bond-virus. Later kwam hij erachter dat de eerste Bond-films pas vanaf begin jaren 90 op de Nederlandse tv werden uitgezonden – zijn eerste kennismaking met het fenomeen James Bond. Hoe dan ook, hij werd gegrepen door 007 en het onderwerp heeft hem nooit meer losgelaten. Hij is regelmatig te horen op radio en tv als het om James Bond gaat. Om zijn Bond-ei kwijt te kunnen en zijn kennis met een groter publiek te delen, begon hij in 2009 met Bond Blog.

1 reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Op de facelift van Moore na lijken de zwanenzang van de departerende Bondacteurs vooral een schrijvers- en producersprobleem te zijn.

    Nu ik de scene in Amsterdam in Diamonds Are Forever (1971) terugkijk valt me de gelijkenis op met het begin van Amsterdamned (1988). Vette reclame voor de stad door de speaker aan boord van de rondvaartboot en dan plotseling het lijk dat uit de gracht wordt gevist.
    De locatie manager van Diamonds Are Forever heeft zichtbaar zijn best gedaan in de hoofdstad. De straten zijn nog leger dan die in de legendarische Britse tv-serie De Wrekers uit de jaren zestig. Waar dat in de Britse serie te maken had met gebrek aan budget voor figuranten, zal het schoonvegen van de straten en de Magere Brug in Amsterdam juist geld hebben gekost, vermoed ik.

    Of het tegenvallende succes van Diamonds Are Forever er mede toe leidt dat de Bond-productie ons land tegenwoordig mijdt als de pest, weet ik niet, maar Friesland roept al een tijdje zonder resultaat om de 007-held. Ook de huidige Bond schrijvers Purvis & Wade hebben de gewoonte niet meer terug te keren naar cafés waar het brainstormen over het script in het verleden niet succesvol was verlopen (of het had iets met de kwaliteit van de geschonken koffie van doen).

    In ieder geval boeiende case study over het onvermijdelijke einde van elke Bondacteur. Als EON de stunt double van Craig wat meer werk gunt dan kunnen we het einde van Daniel met nog wel met twee afleveringen rekken, denk ik. En Purvis & Wade doen er goed aan de koffieshops in Amsterdam eens aan te doen…