James Bond Nederland

Column: Guinness

Het is over en uit, na No Time To Die zal Daniel Craig nooit meer in de rol van James Bond kruipen. Na veertien jaar gunt hij een andere acteur zich van zijn of haar beste 007-kant te laten zien. Nee echt, dit keer is het echt menens.

Polsen blijven deze ronde gespaard, alles wordt een tikkel strammer, gaat wat hangen. De 51 jaren worden zichtbaar. Een mooi excuus. Hij liep net niet voor gek zo zonder shirtje, maar sinds de laatste draaidagen erop zitten, lonkt de Guinness als de appel naar Eva deed.

Die eerste welverdiende pint is in één teug weg. Keelgat open en spoelen maar. Hemels.  Een tweede doodgeslagen halve liter staat al voor zijn neus. Cheers!

Terugkijkend aan de toog — het waren roerige tijden sinds hij in oktober 2005 met zwemvest en spuuglok over de Thames zijn weg naar een nieuwe toekomst voer. Er was weinig geloof in hem. Het publiek accepteerde hem niet, vond hem op een bokser lijken, op een Putin, een Gollem. En dan dat blonde haar, dat kon écht niet. Hij leek niet eens op James Bond! Op wie James Bond dan wel zou moeten lijken? Nou, in ieder geval niet op hem!

Met een dreun belandt het robuuste glas met de harp op het vierkante viltje. Leeg. Met hetzelfde gemak zet hij nummer drie aan zijn lippen. Heerlijk…

Gelukkig heeft hij van dat protest zelf niets meegekregen. Veel te druk in de sportschool, veel te druk met die eerste film. Ze hadden iets moois in handen, dat zag iedereen die aan de productie meewerkte. Het zou anders worden. Niet het geijkte knal- en schietwerk, maar een solide verhaal, daar waar het voor James Bond allemaal begon, gebaseerd op het eerste werk van de grote meester. Alles klopte, alleen hij kon het nog verprutsen…

Het tegendeel bleek waar. Met hem bleek dat Bond nog bestaansrecht had tussen Bourne en Batman.

Een oprisping als de bodem in zicht komt. Wat kan hem het verdommen, hij is gentleman-af. Eindelijk mag hij zichzelf zijn. Zijn buik laten hangen. Om over niet al te lange tijd zijn boezem te verhullen, had Rachel het beroemde topje van Ursula al in de pre-order gezet, de lieverd. Een vierde glas staat binnen handbereik.

Die tweede film was een minder succes. Het moest allemaal snel-snel, terwijl er weinig was om op terug te vallen. Met pijn en moeite lukte het een toonbaar product in elkaar te draaien. Hij had zelf nog wat ideeën geopperd — ze werden nog gebruikt ook. Alles bij elkaar was het ’t allemaal nét niet. Kan gebeuren. De kassa’s rinkelden onverminderd. Ook niet onbelangrijk. Gauw wegspoelen die tussenfilm. Doe er nog maar een…

De vier jaren die volgenden tussen de voorgaande en de volgende pakten wonderbaarlijk goed uit. Mede dankzij hem kwam er een nieuwe man aan het roer, letterlijk en figuurlijk een nieuw geluid. Het beeld oogde chic en weelderig. Waardig. De verhaallijn was opnieuw anders dan anders, en wat was het fijn die flamboyante Spanjaard aan boord te hebben.

Boven een miljard had een James Bond het nooit eerder geschopt. Het was hem dus wél gelukt, de Bond die niemand moest. En die titelsong niet te vergeten: klassiek in een modern jasje. Ze wonnen er zelfs een Oscar mee…

Hij heft het glas. Op haar. De vrouw die hem tot tranen had geroerd. Met een gelukzalig gevoel verdwijnt ook de vijfde Ierse harp in de bodemloze put. Met een enkel gebaar richting de kastelein staat de zesde al voor zijn neus. Dat het hem maar mag smaken.

En toen kwamen dus die rechten ineens beschikbaar. Hij wist zelf niet zo goed wat ze daar nu precies mee moesten. Ze hadden toch een eigen universum binnen het bestaande gecreëerd? Waarom moest die ouwe meuk zo nodig worden opgediend?

Omdat het kan, was de voornaamste reden. Weinig steekhoudend, maar oké, deze was voor Michael, die in zijn lange loopbaan ooit was begonnen met het zinnetje ‘Goodbye, Mr. Bond. I trust you had a pleasant… fright!’ Daarna had hij nooit meer voor het personage mogen schrijven, en het ging net zo leuk. Nu de gelegenheid zich voordeed — dit kónden ze gewoonweg niet laten liggen. Volgens de acteur konden ze dat wel, maar Michael is de baas. Was er tenminste weer een ouderwetse harige poes op beeld te zien, knipoogde de chef. Het leverde hem een feministische por van zijn zus op.

©AP, Leo Hudson, 2019

Vooruit dan maar. Met grotendeels hetzelfde team en net iets minder enthousiasme liep het allemaal minder gestroomlijnd dan de vorige keer. En dan dat einde dat maar niet lekker wilde lukken, terwijl het peperdure decor in Pinewood al klaar stond om in rook op te gaan. Het moest maar.

Een gat van ruim vier jaar tussen de vorige en die van nu gaf tijd voor bezinning, voor andere leuke dingen. Een beetje toneelspelen, het Amerikaans staatsburgerschap aanvragen, lekker nors met een muts en zonnebril door New York shoppen, een kindje verwekken. Om uiteindelijk genoeg energie bij elkaar te rapen om toch nog een keer die smoking aan te trekken. Waarom ook niet. Het bedrag dat er tegenover saat is niet bepaald onverdienstelijk. Bijzaak, maar toch een lekkere bijzaak.

Een lichte tinteling door zijn lichaam, een prettig zorgeloos gevoel in zijn hoofd, een blaas die geleegd moet worden…

Wankel richting het urinoir — die enkel, da’s nog wel een dingetje. Stijfjes. Zeker na een uurtje tanken aan de toog.

Niemand anders aanwezig verpoost toch altijd prettiger. Opluchting bij de eerste voorzichtige druppels, meer power zit er de laatste tijd niet achter. Hij heeft alle tijd van de wereld. Dan de plotselinge blokkade als de deur achter hem openzwiept.

Schuifelend komt het individu naast hem staan. Het openritsen, het gegrabbel, de dreunende basklanken vanuit de pub, een grote zucht als de straal naast hem een euforische klaterstart maakt…

Het valt de man op dat er naast hem weinig gebeurt. „Wil het niet…” Dan de herkenning. Verhip, staat hij hier zomaar te wateren naast…

Gewend om te worden aangestaard, probeert de acteur zich te concentreren op zijn onderkant, oogcontact zoveel mogelijk vermijden.

Met een herkenbaar accent en een tikkeltje te luid: „Wat doe jij nou hier!”

©The Melbourne Gin Company, 2019

De acteur kijkt op. Een witte kuif op een verschrompeld hoofd, goedlachs boven een gekliefde kin. Een grote hand belandt iets te hard op zijn schouder. „Jij hoort hier helemaal niet!”, lacht de man. „Jij moet hiernaast zijn!”

„Maar daar is bijna niemand…”, fluistert de acteur angstvallig. “Een seniele bejaarde op een troon met twee kwijlende puppy’s naast zich die als een kind zo blij zijn als ze hem een Dom Perignon mogen inschenken of zijn Penfold Hearts mogen oprapen.”

De man begint zijn handen te wassen. Het stromende water stimuleert de acteur het laatste restje eruit te persen. God zij geprezen.

„Kom eens”, gebaart de man als hij zijn natte handen aan zijn broek afveegt. Hij houdt de deur naar de pub op een kiertje. Grauwe figuren, bewegend in slow-motion. „Zie je wie dat is?”, wijst hij naar een kale engnek achter de eenarmige bandiet. „Hans de Vries is zijn naam. Kortstondig in de picture, daarna nooit meer iets van gehoord. Staat hier nu al vijftig jaar aan de gokautomaat — nog nooit iets gewonnen.” „Nog nooit iets gewonnen…”, herhaalt de acteur vol ongeloof. „En ken je die daar?” De man wijst naar een ijdeltuit met lodderogen en een grijs matje in zijn nek. „Finlay Light, staat daar al meer dan dertig jaar voor de spiegel in de hoop dat zijn evenbeeld ooit teruglacht — tot op heden zonder succes.” „Zonder succes…”, smaakt het de acteur bitter in de mond. „Het trio aan de kaarttafel”, gaat de man verder. „Daniel Pilon, Christopher Lambert en Lambert Wilson. Zij proberen al tientallen jaren met z’n drieën bezique te spelen — nog altijd hebben ze niet uitgevonden hoe.” „Bezique met drie personen…”, schudt de acteur bedenkelijk zijn hoofd. „En daar, die ken je toch wel? Mel Gibson, Sam Neill, James Brolin, Tom Selleck, John James van Dynasty en zo kan ik nog wel even doorgaan. Aan de muren portretten van Archie Leach, John Gavin, Adam West, Burt Reynolds…” De man slaat een kruisje.

„Je hebt nog steeds geen idee waar je bent hè?”, lacht de grijze kuif terwijl hij een handdoekje van de wastafel openvouwt. ‘Pub voor mislukte James Bonds’ staat er in overdreven sierlijke letters te lezen. „Daar hoor jij toch niet thuis?”

Dat moet de acteur beamen. Dan begint hem iets te dagen: „Maar wat doe jij dan hier?”

„Als meest mislukte James Bond ben ik hier de uitsmijter”, zegt de man met melancholie in zijn stem. „En jij hoort hier niet thuis. Wil je net zo eindigen als al die andere stumperds? Dus doe me een lol en ga weer lekker aan de bak, ik zou er zelf een moord voor doen…”

Het moet de Guinness zijn geweest als Daniel Craig midden in de nacht wakker schrikt uit zijn koortsdroom. Rachel knipt het nachtlampje aan, ze ziet haar echtgenoot met paniek in zijn ogen naar de rode telefoon op zijn nachtkastje graaien; die staat daar niet voor niets. Binnen luttele seconden heeft hij contact. „Ik doet het!”, hijgt hij. Dan is het even stil voordat de vrouwelijke stem aan de andere kant iets mompelt. Daniel gebaart Rachel pen en papier te pakken: „Oktober… 2022…” Ze laat het hem zien ter controle. „Staat genoteerd!”, gilt hij in de hoorn. Hij geeft zijn vrouw een dikke duim. Aan de andere kant van de lijn is een glimlach te horen.

Jasper Hartog

Jasper Hartog

Columnist Jasper Hartog (1978) dacht altijd dat hij midden jaren 80 werd gegrepen door het Bond-virus. Later kwam hij erachter dat de eerste Bond-films pas vanaf begin jaren 90 op de Nederlandse tv werden uitgezonden – zijn eerste kennismaking met het fenomeen James Bond. Hoe dan ook, hij werd gegrepen door 007 en het onderwerp heeft hem nooit meer losgelaten. Hij is regelmatig te horen op radio en tv als het om James Bond gaat. Om zijn Bond-ei kwijt te kunnen en zijn kennis met een groter publiek te delen, begon hij in 2009 met Bond Blog.

1 reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Haha, leuk! Ik dacht even dat Barbara aan het dromen was.

    Tenzij Barbara Broccoli al een nieuwe vlam op het oog heeft, lijkt me dit de enige manier om het feest in 2022 doorgang te laten vinden.